Omgaan met diversiteit (1ste graad)

Hier werken we aan!

A. Leerlingenniveau:

Doelstelling 1: Diversiteit zien als een normaal fenomeen waar iedereen dagelijks in verschillende situaties mee te maken krijgt.

Diversiteit is een basiskenmerk van een democratische samenleving. We kunnen en mogen verschillen van elkaar op alle mogelijke manieren. Dit houdt nog geen waardeoordeel in. Het gaat hier enkel om de vaststelling en principiële aanvaarding van een feitelijke situatie, die plezierig, boeiend en leerrijk kan zijn, maar evengoed verwarrend, vreemd of onaangenaam.

 

Doelstelling 2: Vooroordelen en veralgemeningen waar mogelijk en wenselijk vermijden; zich bewust zijn en zich onthouden van elke vorm van discriminatie.

Mensen zijn uniek. We delen weliswaar kenmerken met elkaar en denken en handelen vanuit gedeelde referentiekaders. Maar we hebben niet altijd dezelfde referentiekaders en indien wel gebruiken we ze afhankelijk van de context en op een andere manier. Omgaan met diversiteit betekent dat we anderen via vooroordelen of veralgemening niet op voorhand in een hokje stoppen maar hen in tegendeel breed observeren, d.i. heb beschouwen als individuen en hen onbevangen observeren in een specifieke context. Denken en handelen op basis van vooroordelen of stereotypen kent uiteraard vele gradaties en ze zijn niet alle een 'kwaadaardig'. Voor extreme vormen zoals racisme, seksisme en discriminatie geldt echter geen enkel excuus.

 

Doelstelling 3: Gebeurtenissen, contexten en personen vanuit verschillende perspectieven bekijken.

Er zijn verschillende kanten aan elk verhaal. Maar we nemen dikwijls genoegen met één kant, één verklaring, één perspectief. Het eigen perspectief.

Omgaan met diversiteit betekent het vermogen om op een rustige en reflectieve manier via verschillende invalshoeken naar zaken te kijken en zich te kunnen inleven in het perspectief van anderen.

 

 

Doelstelling 4: Functioneren in verschillende contexten, steeds wisselende omstandigheden en nieuwe situaties.

Kunnen functioneren in een complexe samenleving veronderstelt dat we vlot kunnen switchen tussen verschillende codes die worden gehanteerd,naargelang context, personen, situaties, culturen. Hier gaat een dynamisch proces aan vooraf van observeren, afwegen, uittesten wat wel en niet kan,onderhandelen en zich manifesteren of aanpassen zonder zichzelf te verloochenen.

 

Doelstelling 5: Kiezen voor dialoog en samenwerking

De dialoog is de gespreksvorm waarin diversiteit het best tot haar recht komt. Er wordt tijd uitgetrokken om naar elkaar te luisteren en op een evenwaardige manier tot uitwisseling van betekenissen te komen. Samenwerking is dan weer de handelwijze waarbij diversiteit als meerwaarde kan worden benut. Dat laatste loopt niet altijd van een leien dakje. Samenwerken in heterogene groepen kan soms tot conflicten leiden. Maar ook dat is een normaal gegeven waar we moeten leren mee omgaan.

 

Doelstelling 6: Leren van andermans visies, ervaringen en competenties (leren-van-elkaar)

We creëren onder invloed van onze interactie met anderen actief nieuwe referentiekaders en bestaande stellen we voortdurend bij. Essentieel hierbij is een basishouding van reflectie en zelfkritiek, op onszelf zowel als op de tradities, verworvenheden, normen en waarden van de groepen waartoe we behoren.

 

B. Leerkrachtenniveau:

 

Doelstelling 7: Diversiteit waarnemen in de klas, op school en daarbuiten.

We hebben zicht op de veelheid aan competenties van alle kinderen en jongeren

 

Doelstelling 8: Diversiteit op een positieve manier benaderen

We gaan uit van wat diversiteit voor de kinderen en jongeren zelf betekent in een gegeven context

 

Doelstelling 9: Kinderen en jongeren begeleiden tot kwaliteitsvolle interactie met elkaar en met anderen

We laten in de klaspraktijk consequent ruimte voor dialoog, conflict en reflectiemomenten

We laten leerlingen regelmatig in heterogene groepen samenwerken aan taken of opdrachten

 

Doelstelling 10: Diversiteit integreren in het totale onderwijsleerproces van kinderen en jongeren

We bouwen differentiaties in de klaspraktijk in

We laten een brede waaier van talenten en competenties aan bod komen tijdens het leerproces

We maken tijd en ruimte vrij voor spontaan informeel leren

We gaan op zoek naar verbindingen tussen binnen- en buitenschoolse leerervaringen van kinderen en jongeren

We onderwerpen lesmateriaal aan een diversiteitstoets

 

C. Schoolniveau:

Doelstelling 11: Omgaan met diversiteit als competentie bij alle leerlingen en leerkrachten van de school nastreven

Omgaan met diversiteit komt als doelstelling voor in referentiedocumenten van de school zoals het schoolwerkplan

De sleutel- en beroepsspecifieke competenties 'omgaan met diversiteit' zijn een criterium bij aanwervingen en evaluaties van personeel

 

Doelstelling 12: Pedagogische en didactische voorwaarden invullen voor een effectieve diversiteitsaanpak op klas- en schoolniveau

De inrichting en aankleding van school en klassen bieden extra kansen voor leerkrachten en leerlingen om te leren omgaan met diversiteit

 

Doelstelling 13: De school uitbouwen als een interactieve en lerende organisatie

Het personeelsbeleid op school is er vooral op gericht de verschillende competenties van eenieder maximaal in te zetten en te benutten

 

Doelstelling 14: De school als leer- en leefomgeving een plaats geven binnen een breed netwerk van partners

De school staat open voor de buurt en neemt actief deel aan het buurtleven

 

Aanvullende gegevens